Stadtwanderung

De stadswandeling; voor velen een fijne manier om hun vrije dag te besteden. Laat het nu net vakantie zijn, goed om dus stil te staan bij dit fenomeen. Het lekkere weer nodigt uit om rond te dwalen door de oude stadscentra van Amsterdam, Utrecht of Venetië. Door te lopen kom je op het straatniveau en voel je betrokkenheid bij het lokale leven. Bovendien biedt wandelen meer keuzevrijheid om mee te doen aan spontane, opmerkelijke gebeurtenissen. Tijdens je vakantie heb je bovendien de tijd om af te dwalen van de route mocht je iets interessants zien (Stevens, 2007). Maar wat bepaalt je route? Hoe loop je eigenlijk? En wat is het effect daarvan?

Door te wandelen heb je de keuzevrijheid om mee te doen met het lokale leven.

Door te wandelen heb je de keuzevrijheid om mee te doen met het lokale leven.

In de literatuur wordt wandelen vaak behandeld in relatie tot winkelen. Niet heel raar want voor veel stadstoeristen is winkelen een van de belangrijkste bezigheden. Door Kemperman (2008) wordt een onderscheidt gemaakt tussen hedonistische winkelaars die de stad in gaan voor hun plezier en op zoek zijn naar een ervaring. Aan de andere kant zijn er pragmatische winkelaars, zij gaan de stad in met een duidelijk doel. In de ontwikkeling van de stad krijgt zeker de eerste categorie steeds meer aandacht. Fokko Kuik, ambtenaar van de gemeente Amsterdam stelt dat het netwerk voor voetgangers in het centrum steeds meer prioriteit krijgt (NRC, 2014). De NRC correspondent zegt dat hij hier goede reden voor heeft. Naast redenen voor het milieu, verkeersveiligheid en de gezondheid is er nog een motivatie: De voetganger is namelijk een wandelende kassa.

Ga het maar na in je eigen gedrag, winkelen met een fiets of auto brengt je vaak naar één winkel waar je een product haalt om vervolgens weer te vertrekken. Iemand die de stad in wandelt, zoekt vaak niet uitgesproken één bepaald product maar maakt liever een rondje langs alle winkels. Zij zijn dus veel langer in de stad en geven meer uit. Door te wandelen krijgen winkelaars bovendien veel meer behoeftes. Als je moe wordt moet je zitten, je moet naar het toilet of krijgt dorst en honger. Verwacht dus binnenkort maar meer bankjes, schaduwplaatsen of toiletten in de openbare ruimte van je woonplaats. Allemaal met het doel om de wandelaar langer in het centrum te houden. Om je een inspirerende ervaring op te wekken worden monumentale panden gerenoveerd en wordt historisch karakter behouden of zelfs gecreëerd (Kärrhol, 2008).

Eerder werd de vraag gesteld: hoe loop je eigenlijk? Wunderlich (2008) maakt een opdeling van drie manieren van lopen: doelbewust, dwalend of speculatief. De eerste manier laat zich gemakkelijk uitleggen als de manier om van ‘A naar B’ te komen. Bij een dwalende wandeling is er geen ‘B’ maar zoekt men de ervaring van de ruimte en tijd. Speculatief lopen is het experimenteren met het lopen zelf. Denk hierbij vooral aan het hinkelen, huppelen van kinderen of het zoeken naar nieuwe technieken om de stad mee te doorkruisen van free runners.

Hoe deel je jouw stadswandeling in?

Veel toeristen gaan bij het kiezen van hun routes uit van een aantal highlights die zij gezien moeten hebben. Highlights kunnen toeristische trekpleisters zijn maar ook grote winkelketens. Vanouds is bijvoorbeeld de Demer in Eindhoven bekend door de connectie tussen de Bijenkorf en V&D. Borgers en Timmermans (2005) noemen dit ook wel ‘node-to-node’ lopen. Waarbij men na elke highlight kiest hoe de route verder wordt vervolgd. Men loopt tot een ‘point of choice’ wordt bereikt. Keuzes die daarna worden gemaakt worden berust op de relatieve aantrekkelijkheid, aantal winkels in een straat, andere voorzieningen, het historische karakter en de toegankelijkheid.

Hierboven op komt dat mensen vaak niet graag twee keer door dezelfde straat lopen. In Dordrecht liepen mensen vaak straten in waar de winkelvoorzieningen opeens stopten, hier moesten zij dan omdraaien om terug te keren naar andere winkels, het station of hun auto. Om deze reden werd het winkelgebied onaantrekkelijk gevonden. Als oplossing bouwde men tunnels in de begane grond van gebouwen aan het einde van winkelstraten zodat men gemakkelijk kon doorsteken naar een andere, nieuwe straat. Het van straat naar straat lopen noemt Kemperman link-to-link lopen.

Van het ontdekken van de stad krijg je honger en dorst.

Van het ontdekken van de stad krijg je honger en dorst.

Vanuit de theorieën kan gereflecteerd worden op de manier van lopen en je keuze voor routes. Maar behalve reflecteren op lopen is recentelijk ook bewezen dat lopen goed is voor je reflectie. Oppezzo en Schwartz (2014) laten zien in hun psychologische experiment dat wandelen prikkelend is voor de creativiteit. Er was het vermoeden dat de buitenlucht misschien van invloed zou zijn. Maar hier is voor gecontroleerd door testpersonen binnen te laten wandelen en buiten mensen rond te rijden in een rolstoel. Mensen die liepen presteerden beter in creativiteitstests, zelfs nog even na het lopen. Dat sommige mensen ijsberen, is dus eigenlijk heel slim.

We zien wandelen door de stad als een ontspannende bezigheid. Bovendien inspireert de omgeving ons en zet het onze grijze massa aan tot denken. Je route wordt bepaald door keuzes tijdens de route of een planning vooraf. Als je vooraf plant bedenk dan wel dat je mag afwijken van je route. Door de toenemende creativiteit is dit zelfs te verwachten. En omdat ‘of the beaten path’ vaak hele interessante gebeurtenissen en plaatsen te vinden zijn kan ik alleen maar meer aanraden om af te dwalen van de bewandelde paden.

Peter Oosterloo

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s