Van Wie is een Lokale Identieit?

Omwille van mijn master Stadsgeografie gingen ik en mijn studiegenoten in maart op excursie naar Berlijn. Berlijn is door haar grote dynamiek een zeer interessante locatie om te bezoeken voor ons stadsgeografen. In dit blog wil ik duidelijk maken dat kijken naar de symbolische en fysieke ontwikkeling van Berlijn ook interessant kan zijn voor iedereen die bezig is met regio’s. De lessen die we van de geschiedenis van Berlijn kunnen leren kunnen we meenemen in het uitvinden van de regionale identiteit.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Bijna vijfentwintig jaar geleden viel de Berlijnse muur. Deze historische gebeurtenis liet de stad letterlijk gesplitst achter. In het oosten het oud-communistische deel en aan de andere kant de kapitalistische zijde. Na een korte periode van euforie kwam de stad terecht in een periode van wanhoop. In 1994 werd duidelijk dat de Olympische Spelen naar Sydney gingen en niet naar Berlijn. Niet alleen miste de stad deze kans maar het werd in deze tijd ook duidelijk dat grote bedrijven niet van plan waren terug te keren naar de hoofdstad; Siemens bleef in München, AEG en de banken bleven in Frankfurt. De verwachting dat Berlijn snel zou terugkeren naar haar oude plaats op het wereldtoneel voor 1930 bleek een illusie. Sceptisch over hun toekomst trokken grote delen van de bevolking weg naar West-Duitsland.

Berlijn in de late jaren negentig was verpauperd en onaantrekkelijk. De gemeente bezat geen geld om dit om te keren. Door megalomane projecten aan de Potzdammerplatz was zij bankrupt en er kwamen geen bedrijven om de nieuwe kantoren te vullen. De overheid kon geen grote verandering meer doen in de leefsituatie van de lokale bevolking door haar oplopende schulden. De inactiviteit van de gemeente maakte echter ruimte voor actieve bewoners. Op braakliggend terrein en in leegstaande fabrieken in Oost-Berlijn vonden kunstenaars en cultureel ondernemers, voornamelijk uit West-Berlijn, goedkope ruimte om hun bezigheden uit te voeren. Op deze manier vonden zij een nieuwe identiteit uit voor gebouwen die gedurende deze periode werden geassocieerd met armoede, faillissement en communisme. De lokale bevolking kwam dit vaak ten goede omdat zij meehielpen bij de organisatie en profiteerden van ondernemingen zoals muziekscholen, bioscopen voor daklozen, boulderbanen en meubelmakers. Het Berlijn dat wij nu kennen bouwt voort op het heruitvinden van armoede. In 2004 werd dit duidelijk officieel omarmd toen de stad koos voor het motto “Berlin: Arm aber sexy”. In de tien jaar die volgden werden obscure locaties steeds hipper. Kapitaalkrachtige jongeren uit binnen- en buitenland trokken naar de stad en op slag veranderden hele wijkgezichten. Wat eerst werd gezien als afstotelijk of alternatief is nu commercieel geaccepteerd. Zo vind je in Berlijn bedrijven die graffiti gebruiken op hun panden als marketingtool en rauwe nachtclubs die worden gesponsord door grote merken zoals Converse. Grote merken identificeren zich graag met de cultuur van Berlijn. Zo kozen Universal Studios en MTV om hun Europese hoofdkantoren in Berlijn te openen. Zij eisen hierbij een nieuw kantoor, deze grootschalige herontwikkeling gaat ten koste van alternatieve ontwikkelingen. Zoals de Berlijnse stadsstranden die zich hadden geworteld op deze aantrekkelijke locaties. Omdat deze informele gebruikers vaak geen huur betalen brengt de grond economische gezien niet genoeg op. Sociale en culturele waarde werd echter vaak niet meegerekend.

Het bovenstaande laat duidelijk zien dat stedelijke identiteit een dynamisch iets is. Er wordt als het ware verder gebouwd aan wat er is. De manier waarop naar de sociale en fysieke ruimte wordt gekeken is leidend in het uitvinden van deze identiteit. En uit Berlijn blijkt dat creativiteit een grote rol kan spelen bij het omvormen van ons beeld van wat aantrekkelijk is.

Is iedereen het dan zo eens met die nieuwe identiteit? Berlijn zou zichzelf niet zijn als reactie ook een tegenreactie kon verwachten. Grote acties zijn gevoerd tegen de ontwikkeling van de kantoorpanden van MTV en Universal Studios aan de Spree. Ook zelf merkte ik het protest op meerdere keren werden we uitgescholden door bewoners. Op sommige plekken was protest ook te zien in de vorm van graffiti (fuck Mediaspree) en spandoeken (Berlin doesn’t love you). Kortom, de oorspronkelijke bewoners zijn niet zo zot op de mensen die als toerist of nieuwe inwoner komen meegenieten. Mensen voelen zich bedreigt omdat hun dagelijks leven, en vooral de armoedige kant daarvan, wordt
gezien als hip en aantrekkelijk. Is het inderdaad niet vreemd dat we foto’s maken van een huis omdat het onder de verf zit, vuilniszakken op de balkons heeft de ruiten zijn ingegooid?

Uiteindelijk komen dit soort kwesties neer op “wie heeft het recht op de stad?”. Door werkeloosheid, kapitaaltekort en een ondernemende bevolking hebben in Berlijn meerdere stemmen kunnen spreken. Met een inspirerende ontwikkeling van sociale innovatie als gevolg. Het is echter nog maar de vraag hoelang echte informaliteit blijft bestaan. Commercialisering maakt uiteindelijk de informele cultuur tot een product en hierdoor verdwijnt haar dynamiek. Onze begeleider liet niet voor niets vallen dat over een jaar of twee Berlijn niet meer de interessantste plek zou zijn om te bezichtigen in Europa.

In conclusie, wat kunnen we leren van Berlijn als we zelf werken aan een identiteit? Ten eerste dat identiteitsvorming niet alleen het resultaat is van een zak geld maar voornamelijk van gezamenlijke inzet. Zoals cultureel ondernemer Matthias Einhoff ons vertelde: “een goede ontwikkeling begint met een idee, het geld volgt wel”. Bovendien is aantrekkelijkheid subjectief. De gehele ruimte hoeft niet schoon gemaakt te worden, creativiteit kan herbestemming mogelijk maken. En informaliteit kan ruimte bieden aan nieuwe experimenten, dat betekent dat af en toe de overheid een ontwikkeling door de vingers kan zien. Dit laat ook zien dat experimenteren met identiteit inherent is aan een duurzame identiteit. Alleen als imago zich blijft ontwikkelen blijft deze bij de tijd. Bij deze ontwikkeling is het belangrijk om als aanjager ook ruimte te bieden aan andersdenkenden maar vooral aan gebruikers. Omdat één groep nu eenmaal niet dynamiek kan garanderen. Iedere burger en elk bedrijf moet het recht kunnen nemen om de ruimte en lokale identiteit te gebruiken en naar kunnen te verbeteren. Berlijn laat zien dat passie leidend is bij het heruitvinden van plaatselijke identiteit. Hiermee verover je een plek binnen de internationale competitie en dan volgen de investeringen wel. En als dat eenmaal zover is, is het juist een uitdaging om spannend en aantrekkelijk te blijven.

Peter Oosterloo

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s